Linguaan 1 - 2012
Linguaan 1 – 2012
Publicatie: 28-03-2012
VOORUITBLIK OP LINGUAAN #1 2012
Ons blad Linguaan zal in de laatste week van maart bij u in de brievenbus zijn te vinden of op de deurmat vallen. Bij deze geven wij een kleine digitale vooruitblik van wat u in de papieren Linguaan zult aantreffen. De integrale digitale Linguaan zult u over enkele weken op deze website aantreffen.
In de Inhoudsopgave vindt u de onderwerpen die in de Linguaan aan de orde komen.
In de rubriek Literair aandacht voor de Poolse dichteres en Nobelprijswinnaar Wislawa Szymborska, die onlangs is overleden. De vertaalster Pools Eva van de Peppel-Rutkowska selecteerde voor ons twee schitterende gedichten, die wij tweetalig afdrukken.
Van de Hiëronymuslezing 2011 had u nog van ons tegoed de vermakelijke en leerzame voordracht van schrijver Asis Aynangetiteld 'De grote Reis', waarin hij een boeiend inkijkje geeft in de in Nederland zo onbekende Berbercultuur.
Op deze website hebben we een selectie gemaakt van twee grote artikelen: 128 Jaar tijdschrift De Talen door Jan van Megen en een bijdrage van Irene Bergervan de kring Midden- en Oost-Brabant over ”Het Broodfonds”, een alternatief voor een arbeidsongeschiktheidsvoorziening voor zelfstandigen.
Ons zusterblad De Talen, met haar 128 jaar het oudste vakblad op het gebied van vertalen, heeft ten gevolge van de crisis verleden jaar de noodklok geluid en bij het NGTV aangeklopt: “Wij hopen dan ook dat u met ons de nodige inspanningen wilt verrichten om anderen te interesseren voor ons blad, dat in het Nederlandse vakbladenspectrum toch wel een unieke positie inneemt. Veel meer vertalers zouden zich ervan bewust moeten zijn dat de opgaven in De Talen een plezierige manier vormen om de vertaalvaardigheid te verhogen en de geest te scherpen”, zo meldt ons de uitgever. En hoewel er (net) genoeg abonnees zijn om in 2012 te kunnen doorgaan, blijft de situatie zorgelijk. In de Linguaan vindt u alle informatie over De Talen, en een formulier om een abonnement of een gratis proefnummer aan te vragen. De Linguaan beveelt De Talen van harte aan..
Gelukkig mogen wij ons ook dit keer verheugen op veel bijdragen vanuit de vereniging. Van de kringen ontvingen wij maar liefs acht bijdragen, wat veel te noemen is. Het zijn vaak leerzame artikeltjes, dus sla de rubriek Secties & Kringen niet over! Onze roep om kopij heeft gehoor gevonden en we hopen dat deze tendens zich voortzet, want de dynamiek in een blad moet door de basis worden aangegeven. Dus wij herhalen nog maar eens een keer: “Wij zijn blij met uw kopij”
Wij wensen u nu alvast veel leesplezier met de 52 bladzijden dikke Linguaan #1 die u, als alles goed gaat, nog voor 1 april in handen zult hebben.
INHOUDSOPGAVE
Linguaan 1 – 2012
3 Ten Geleide Bij crisis ... handen ineen – Paul Juten
4 Geachte redactie Bericht van de VertalersVakschool;
Antwoord van de redactie
5 Van het bestuur Eén alineaatje – Tineke Daniëls;
Aan de Minister van Veiligheid en Justitie – Tineke Daniëls
8 Auteursrechten Hoe zit het met de auteursrechten voor
(beëdigde) vertalingen van documenten voor overheid en
bedrijfsleven? – Dr. Auke P. Jacobs
11 Literair Poolse dichteres Wislawa Szymborska overleden –
Eva van de Peppel-Rutkowska; Twee gedichten;
De grote reis – Asis Aynan
17 Kijk naar buiten 128 Jaar tijdschrift De Talen – Jan van Megen
22 Google Slim zoeken met Google: een must voor vertalers –
Tessa van Swieten
25 Literair
26 Geachte redactie Rectificatie
27 De stille kracht Duitse kring – Liene Malsch
28 Persbericht Eerste Spaanse vertaling Lof der zotheid van Erasmus
ontdekt
29 Voor u gesignaleerd
35 Vertalen en recht Overheidsopdracht voor kleine tolk of verta-
ler wordt makkelijker – Mr. drs. R.W.L. Russell en mr. M.H. Bollin
36 Features In Oostenrijk moet ook een Duitse germanist Duits
leren – Robert van der Veen;
37 Ingezonden Geslaagde studiedag SIGV – Perpetua Uiterwaal;
Een nee is voldoende – Anonymus
39 Kringen & Secties
49 Agenda
50 Wie-wat-waar
51 Colofon
KIJK NAAR BUITEN
128 Jaar tijdschrift De Talen
Jan van Megen
De Talen is het oudste tijdschrift in Nederland en Vlaanderen op het gebied van taal en vertalen. Het verschijnt in 1885 voor het eerst onder de naam De Drie Talen bij de gerenommeerde uitgeverij C.L. Brinkman te Amsterdam, die o.a. ook de eerste druk uitgaf van de bekende Geïllustreerde Encyclopaedie onder redactie van A. Winkler Prins. Vanaf 1898 (de 14e jaargang) wordt het blad door P. Noordhoff te Groningen uitgegeven, die in 1968 met J.B. Wolters, vermaard om zijn schooluitgaven en de Grote Bosatlas , fuseert. Wolters-Noordhoff verzorgt De (Drie) Talen vervolgens tot en met 1998. De Hogeschool voor Tolken & Vertalen (ITV) te Utrecht neemt het tijdschrift daarna voor twee jaar onder haar hoede waarna het ten slotte vanaf 2001 tot heden door Uitgeverij Tandem Felix te Beek-Ubbergen wordt uitgegeven. De Talen beleeft momenteel zijn 128ste jaargang.
De redactie bestond in 1885 uit G.A. Hofman, ’s-Gravenhage, voor het Frans, R. Dijkstra, Amsterdam, voor het Duits en L.P.H. Eykman uit Amsterdam voor het Engels. Voor handelscorrespondentie was er indertijd een eigen hoofdredacteur: E. Rittner Bos uit Amsterdam. Uiteraard hebben nadien vele wisselingen in de redactie plaatsgevonden; de redactieleden hadden steeds een grote reputatie op hun vakgebied. De huidige redactie bestaat uit drs. M. Lemmens en drs. H. Stam (Algemeen), drs. H. van der Huizen (Frans), dr. J. van Megen (Duits), C. Alegre Gil en F. Steenhuis (Spaans) en drs. J. Klerkx (Engels).
De Drie Talen richt zich, aldus de formulering in het eerste nummer uit 1885, op “hen die zich willen oefenen en verder bekwamen in de Fransche, Duitsche en Engelsche taal”, waarbij het aspect van vertalen vooropstaat. Deze doelstelling is tot op heden nagenoeg ongewijzigd gebleven. Ook door de toevoeging in 1988 van Spaans aan de te bestuderen talen, die de naamswijziging in De Talen ten gevolge had,veranderde er niets aan de opzet. In 1990 kwam er dankzij de rubriek ‘Algemeen’ meer aandacht voor algemene informatie over taal, vertalen en de daarbij behorende hulpbronnen, een lichte verruiming van de doelstelling: “Tijdschrift voor praktische taalbeoefening, Frans, Duits, Spaans, Engels”. Overeenkomstig deze doelstelling blijft ook daarna de doelgroep van het tijdschrift ruim: “iedereen met interesse in talen en vertalen”. Kijken we naar de huidige samenstelling van de abonnees, dan sluit deze in grote lijnen bij de doelstelling aan; het betreft in taal resp. vertalen geïnteresseerden, maar ook velen die beroepsmatig als leraar, als vertaler, als administratief medewerker of als student met (ver)talen te maken hebben. Daarnaast hebben diverse instituten zoals universiteiten, hogescholen, bibliotheken en leeszalen een abonnement.
Niet alleen doelstelling en doelgroepen zijn in het 128-jarig bestaan van De Talen vrijwel onveranderd gebleven, veel verrassender is dat dit ook geldt voor de gehele structuur en inhoud van het tijdschrift alsook voor het concept van interactie tussen abonnee en redactie. Sinds 1885 krijgen lezers en abonnees in elk nummer van De Talen twee vertaalopgaven aangeboden, van het Nederlands naar een vreemde taal en van de vreemde taal naar het Nederlands. In feite krijgen ze tegenwoordig zelfs acht vertalingen aangeboden, aangezien het om vier verschillende talen gaat. Er zijn dan ook abonnees die voor meer dan een taal inzenden. De ingezonden vertalingen worden door de desbetreffende redacteur gecorrigeerd en beoordeeld; in het tijdschrift wordt vervolgens per zin een deskundig en uitvoerig commentaar gepubliceerd alsook een beoordeling (onder pseudoniem) per persoon. Op deze manier kunnen de inzenders, maar ook andere abonnees en lezers van De Talen een zeer gedetailleerd inzicht verwerven in lexicale en grammaticale resp. syntactische moeilijkheden, in interculturele verschillen tussen de taalgebieden en in het vertaalproces in het algemeen. Ter illustratie van het bovenstaande volgt hier een door mij ingekort citaat uit het eerste nummer van De Drie Talen over de manier van vertalen vanuit het Duits. Het is overduidelijk dat de nadruk op het leereffect van het vertalen ligt:
“Wanneer een Nederlander bezig is, het een of ander stuk uit zijne taal in het Duitsch over te brengen, zal hij telkens en telkens vragen: mag ik hetzelfde woord, dezelfde schikking, dezelfde verkorting behouden of niet? … Deze manier van vertalen is … een behoedmiddel tegen de gevaarlijke homoniemen – woorden die in de beide talen denzelfden of ongeveer denzelfden vorm hebben, doch in beteekenis verschillen – en als zodanig voor eerstbeginnenden niet af te keuren; doch zij heeft het nadeel, dat het Duitsch dikwijls stijf en eentonig wordt, doordat een groot aantal goede woorden en wendingen ongebruikt blijft.
De beste vertaling is die, welke met de minste verandering van woorden en zinnen het oorspronkelijke behoorlijk weergeeft. Is eene verandering in woordkeus of zinsbouw noodzakelijk, dan dient de vertaler ook te weten, waarom.
Mijn wensch is, dat de geachte inzenders van vertalingen in het Duitsch zich zoo nauw mogelijk aan den tekst houden, en dat zij telkens, wanneer eene afwijking noodig wordt geoordeeld, voor zich zelven de vraag beantwoorden: waarom niet letterlijk vertaald? Zoogenaamde vrije vertalingen brengen weinig voordeel; dikwijls worden ze slechts gemaakt om de moeilijkheden eener letterlijke vertaling te ontgaan. Eene bladzijde, streng vertaald, brengt, met het oog op de overeenkomst en het verschil in taalgebruik, den studeerende verder vooruit, dan tien bladzijden op die zoogenaamde vrije manier.“ …(R. Dijkstra, in: De Drie Talen , 1885, pag. 9/10).
Een tweetal voorbeelden uit de huidige praktijk ( De Talen , 2011) illustreert het interactieve karakter van het tijdschrift: de genoemde vertalingen en varianten zijn allemaal van de inzenders afkomstig en worden kort becommentarieerd; in dit verband speelt de correctheid van het taalgebruik in het Nederlands en in de vreemde taal een grote rol:
Wettlauf zwischen Mensch und Mikrobe
Wedloop tussen mens en microbe
1
So hoch entwickelt unsere Gesellschaft, so ausgereift unser Medizinsystem auch scheinen mag, der Wettlauf zwischen Mensch und Mikrobe geht weiter.
Hoe hoog ontwikkeld onze maatschappij en geperfectioneerd ons medisch systeem ook mogen lijken, de wedloop tussen mens en microbe gaat door.
Wettlauf zwischen Mensch und Mikrobe: wedloop tussen mens en microbe. Merk op dat het zwakke substantief ‚Mensch‘ hier onverbogen blijft; het zou eigenlijk de datiefvorm ‘Menschen’ moeten hebben. In combinaties als deze (subst. + subst. zonder lidwoord) worden de substantieven niet verbogen: das Verhältnis von Dozent und Student.
So hoch entwickelt unsere Gesellschaft, so ausgereift unser Medizinsystem auch scheinen mag: hoe hoogontwikkeld onze samenleving, hoe geavanceerd / uitgekristalliseerd ons gezondheidssysteem / geneeskundig systeem ook mag / moge lijken. Het woordje zo kan volgens Van Dales Woordenboek en volgens de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS) niet op de hier bedoelde manier (= concessief) voorkomen.Sterk wijkt iets af. Vergevorderd, perfect, [ver]volmaakt enten volle ontwikkeld zijn ook juist, maar niet uitgedokterd, volledig. Gedegen past niet zo goed bij systeem; bovendien heeft ‚ausgereift‘ ook andere betekeniscomponenten. I.p.v. medisch stelsel mogen ook wel de iets algemenere begrippen als gezondheidszorg, medische zorg enstand der geneeskunde worden gebruikt. Systeem van medicijnen, medicijn- / geneesmiddelensysteem engeneesmiddelen hebben te beperkte betekenissen. Wanneer maatschappij en medisch systeem gezamenlijk als onderwerp van de zin worden genomen, moet de persoonsvorm (mogen) in het meervoud staan. Schijnen is geen verbetering (passabel); voorkomen kan ook wel. Het hulpwerkwoord mogen / mag kan wegblijven, het concessieve karakter van de zin komt door de context voldoende tot uitdrukking. Te zijn mag worden toegevoegd.
der Wettlauf zwischen Mensch und Mikrobe geht weiter:aan de wedloop tussen mens en micro-organisme komt geen einde. Voortduren, verdergaan enblijven aanhouden zijn eveneens in orde.
2
Indonesië getroffen door twee rampen
Indonesia hit by two disasters
Brontekstzin: De Indonesische autoriteiten proberen het hoofd te bieden aan twee natuurrampen, een tsunami en een vulkaanuitbarsting, die binnen een etmaal voor chaos en verlies van ten minste 182 mensenlevens hebben gezorgd.
Voorbeeldvertaling:The Indonesian authorities are trying / struggling to cope with two natural disasters at once, a tsunami and a volcanic eruption, which have caused chaos and killed at least 182 people within the space of / in just 24 hours.
Bespreking
autoriteiten: liever niet government, want dit kunnen ook lagere autoriteiten zijn. proberen: aangezien de journalist dit schrijft terwijl het proberen nog aan de gang is, en aangezien dat proberen een tijdelijk iets is, zou ik hier zeker de present progressive gebruiken, en niet de onvoltooid tegenwoordige tijd (try) of de voltooid tegenwoordige tijd (have tried). Weliswaar geeft de voltooid tegenwoordige tijd ook aan dat iets nog aan de gang is, maar die werkwoordsvorm legt vooral de nadruk op het feit dat iets in het verleden is begonnen en nog steeds voortduurt, terwijl het er hier om gaat te benadrukken dat het op dit moment aan de gang is. het hoofd te bieden aan: liever niet to face / face up to (dat betekent meer iets onder ogen zien); niet face the consequences (dat betekent de consequenties aanvaarden) / face up with (geen gangbare woordcombinatie) / tackle (de combinatie to tackle a disaster is vreemd). natuurrampen: niet nature disasters. vulkaanuitbarsting: niet volcano eruption.
die … voor … hebben gezorgd: hoewel dit betrekkelijk voornaamwoord in de Nederlandse tekst achter een komma staat, betekent dit niet noodzakelijkerwijs dat het hier gaat om een uitbreidende bijzin. Die komma vormt namelijk de afsluiting van de bijstelling een tsunami en een vulkaanuitbarsting. Als we die wegdenken, zou er geen komma hoeven te staan, want wat volgt kan best een beperkende bijzin zijn. Het gevolg hiervan voor de vertaling is dat u hier kunt kiezen tussen that en which (als het een uitbreidende bijzin zou zijn kon u alleen which gebruiken). Wat u in elk geval hier niet als betrekkelijk voornaamwoord kunt gebruiken is who, want het antecedent (het woord waarnaar het voornaamwoord verwijst) is disasters, en dat is geen persoon. Ook zou ik hier liever geen beknopte bijzin van maken, bijvoorbeeld having caused / causing chaos, omdat deze zo zou kunnen worden gelezen dat de autoriteiten de chaos hebben veroorzaakt. Bij een dergelijke beknopte bijzin met een tegenwoordig of voltooid deelwoord als werkwoord ga je er als lezer namelijk in eerste instantie vanuit dat het impliciete onderwerp daarvan hetzelfde is als het onderwerp van de hoofdzin, dus in dit geval de autoriteiten. Na even nadenken begrijpt de lezer natuurlijk heus wel dat het de twee rampen zijn die de chaos hebben veroorzaakt, maar in eerste instantie wordt hij waarschijnlijk even op het verkeerde been gezet, en dat is nooit een goed idee (behalve in literaire teksten, waar dit soms juist de bedoeling kan zijn). binnen een etmaal: liever niet within a day / within a 24-hour period; niet within a 24-hours’ period. Let ook op de juiste plaats van deze bijwoordelijke bepaling van tijd: niet which within 24 hours caused chaos. voor … hebben gezorgd: ook have resulted in / created. Ik zou hier liever niet de onvoltooid verleden tijd gebruiken, want uit de context krijg ik de indruk dat die chaos nog steeds voortduurt op het moment van schrijven. chaos en verlies van ten minste 182 mensenlevens: ook chaos and the loss of at least 182 lives / human lives; niet chaos and a loss of / chaos and loss of 182 lives (zonder lidwoord) / losses of lives of at least 182 humans.
Dat de vertaalpraktijk [ook] andere aspecten vereist dan de hierboven in de Duits-Nederlandse en Nederlands-Engelse geïllustreerde zinnen, bijv. klantgerichtheid en leesbaarheid, behoeft geen betoog. Ik laat dit hier verder buiten beschouwing, omdat dit buiten het bestek van mijn opdracht en dit artikel valt.
Laat op grond van het bovenstaande overigens niet de indruk ontstaan, dat De Drie Talen – De Talen in al die 128 jaar van zijn bestaan onveranderd is gebleven. De belangrijkste veranderingen liggen op het gebied van de keuze van de te vertalen teksten en het daarmee verbonden woordgebruik. Waren de vertaalopdrachten aanvankelijk, ja zelfs tot ver in de twintigste eeuw over het algemeen uit de bellettrie afkomstig, overeenkomstig de toen geldende opvatting dat taal in de literatuur in haar optimale vorm tot uitdrukking komt, tegenwoordig zijn actualiteit en maatschappelijke relevantie van de teksten doorslaggevend. Teksten van algemene aard worden nu dan ook veelal uit kranten, tijdschriften en actuele boeken geselecteerd, maar ook uit folders, websites en allerlei andere bronnen, waarbij contrastieve verschillen en overeenkomsten tussen de taalparen van betekenis zijn. De juiste woordkeus en de relevante terminologie vereisen het intensieve gebruik door de vertaler van diverse hulpmiddelen, waaronder het internet. Op deze manier is training in dit opzicht gegarandeerd.
Samenvattend kan worden geconcludeerd dat De Talen ondanks – of dankzij - zijn hoge leeftijd nog steeds een plaats verdient binnen het spectrum van Nederlandse en Vlaamse tijdschriften. Het unieke karakter van De Talen garandeert u een uitstekende mogelijkheid uw kennis en vaardigheden van Frans, Duits, Spaans en Engels op het gebied van vertalen te verbeteren resp. te actualiseren. De opheffing van de MO-opleidingen en de verminderde belangstelling in onderwijs en maatschappij voor talen en vertalen maken een tijdschrift als De Talen meer dan ooit noodzakelijk.
dr. J. van Megen maakt als eindredacteur Duits deel uit van de hoofdredactie van De Talen
Abonnement Nederland (10 nummers) € 135,00
Proefabonnement drie nummers € 27,00
Proefnummer Gratis
Aan te vragen bij: http://www.tandemfelix.nl/Talen.html
De Talen is een uitgave van Uitgeverij Tandem Felix b.v.
Postbus 122
6573 ZK Beek-Ubbergen
Tel. 024-3234986
info@tademfelix.nl
Het Broodfonds: alternatief voor een AOV
door Irene Berger
De eerste bijeenkomst van de kring Midden- en Oost-Brabant in het nieuwe jaar, op 30 januari, stond in het teken van het Broodfonds. Twee vertegenwoordigers van de BroodfondsMakers, Biba Schoenmaker en André Jonkers, gaven een presentatie over deze arbeidsongeschiktheidsvoorziening voor zelfstandigen. Hieronder een weergave in hoofdlijnen van de op deze avond verkregen zeer interessante informatie.
Achtergrond
Het eerste Broodfonds werd zes jaar geleden opgezet vanuit de vereniging Solidair, een samenwerkingsverband van zzp’ers, bedrijven en non-profitorganisaties. De leden van Solidair, waartoe ook de twee sprekers van vanavond behoren, gingen op zoek naar een betaalbaar en verantwoord alternatief voor de dure en met veel regels en uitzonderingen gepaard gaande klassieke arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (AOV’s). Zelfstandigen hebben immers geen wettelijk recht op inkomensondersteuning bij ziekte, in tegenstelling tot werknemers in loondienst. Zo zag het Broodfondsconcept het licht: een groep zelfstandigen bouwt samen een financiële buffer op die als basisvoorziening dient bij ziekte van een of meerdere groepsleden. De naam ‘Broodfonds’ is gekozen omdat het fonds bedoeld is om gedurende maximaal twee jaar in de basisbehoeften van een zieke te voorzien en diens bedrijf draaiende te kunnen houden. Het fonds biedt dus geen uitgebreide inkomensgarantie tot aan het pensioen, zoals wel mogelijk is bij traditionele AOV’s.
Toen na viereneenhalf jaar bleek dat het fonds goed functioneerde en een stabiel product was, besloten de oprichters van het eerste Broodfonds een VOF op te richten, ‘De BroodfondsMakers’, om het concept ook voor andere zelfstandigen toegankelijk te maken. Ze geven voorlichting aan geïnteresseerden en begeleiden nieuwe groepen bij het oprichten van hun eigen Broodfonds. Nu, anderhalf jaar later, zijn er drie Broodfondsgroepen actief, vijf in oprichting en hebben 20 groepen hun interesse in het opzetten van een Broodfonds uitgesproken.
Hoe werkt het?
Het Broodfonds werkt volgens het ‘schenkkringprincipe’. Elke Broodfondsgroep bestaat uit 20 tot 50 deelnemers die allemaal maandelijks een bijdrage storten op hun eigen Broodfondsrekening. Bij toetreding tot de Broodfondsgroep kiezen alle deelnemers de hoogte van de schenking die ze bij ziekte willen ontvangen. Dat bedrag is gerelateerd aan de nettobedrijfswinst en het maandelijks benodigde inkomen. Er is keuze uit drie niveaus, die door de leden van de Broodfondsgroep gezamenlijk worden vastgesteld. De hoogte van de gekozen schenking bepaalt de hoogte van de maandelijkse bijdrage. Een voorbeeld:
|
Niveau |
Inleg per maand |
Schenking per maand |
|
Laag |
€ 33,75 |
€ 750,00 |
|
Gemiddeld |
€ 45,00 |
€ 1000,00 |
|
Hoog |
€ 67,50 |
€ 1500,00 |
Wanneer iemand uit de groep door langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid geen inkomsten meer heeft, krijgt diegene van alle andere deelnemers maandelijks een bedrag geschonken, voor een periode van maximaal twee jaar. Dit is een fiscaal voordelige constructie, want de deelnemers hoeven over de geschonken bedragen geen schenkrecht te betalen. Alle burgers mogen per jaar namelijk tot € 2000 belastingvrij schenken.
Samenstelling Broodfondsgroep
Een Broodfondsgroep bestaat uit minimaal 20 en maximaal 50 deelnemers. De ondergrens van 20 deelnemers houdt verband met het schenkrecht (bij minder deelnemers kom je sneller aan de grens van € 2000 per persoon per jaar) en met de noodzaak voldoende financiële buffer op te bouwen om meerdere zieken een volledige schenking te kunnen geven. Dat is ook precies de reden dat een Broodfondsgroep na de start het aantal leden moet uitbreiden naar 30 en binnen een paar jaar naar 40. Zo wordt het fonds stabieler en kan het meerdere zieken tegelijkertijd dragen.
De bovengrens van 50 deelnemers hangt samen met de manier waarop een Broodfonds functioneert, namelijk op basis van onderling vertrouwen. De groepsleden kennen elkaar en schenken elkaar het vertrouwen in geval van ziekte. Wanneer een deelnemer zich ziek meldt, vindt geen controle plaats om na te gaan of de betrokkene daadwerkelijk ziek is. Juist doordat de deelnemers elkaar kennen, vindt er automatisch een vorm van sociale controle plaats. Bij meer dan 50 deelnemers wordt die controle moeilijker en de kans op anonimiteit groter. Ook het maken van afspraken wordt dan lastiger.
Broodfondsgroepen kunnen worden opgericht met uitsluitend branchegenoten of juist met deelnemers uit diverse beroepsgroepen. De samenstelling speelt eigenlijk geen rol. Het enige wat telt, is dat de deelnemers elkaar kennen, elkaar vertrouwen en in staat zijn de jaarlijkse vergadering bij te wonen (wanneer je ver weg woont,is dat misschien niet praktisch ).
Voorwaarden voor deelname
Voor alle potentiële deelnemers aan een Broodfonds gelden slechts drie voorwaarden: ze moeten zelfstandig ondernemer zijn, hun inkomen hoofdzakelijk uit de onderneming halen en al minstens een jaar als zelfstandig ondernemer aan het werk zijn. Op het moment van toetreding tot de Broodfondsgroep vullen alle leden een inschrijfformulier in. Aan de hand daarvan wordt beoordeeld of ze aan de voorwaarden voldoen.
Regels en afspraken
Een nieuwe Broodfondsgroep wordt in een informele vereniging ondergebracht. De leden van de groep bepalen gezamenlijk de regels en afspraken die voor hun Broodfonds gelden. Ze spreken onder andere af na hoeveel weken ziekte de schenkingen starten en of er alleen bij 100% ziekte wordt uitgekeerd of bijvoorbeeld ook bij 50%. Deze afspraken worden vastgelegd in een contract en ten minste eenmaal per jaar geëvalueerd.
Daarnaast wordt uit de leden een bestuur van 3 of 4 mensen gekozen. Het bestuur is het aanspreekpunt voor de BroodfondsMakers en de financieel administrateur. Ziekmeldingen gebeuren bij het bestuur. Indien de bestuursleden twijfelen aan de oprechtheid van de ziekmelding, kunnen ze om bewijs vragen.
Kosten
Naast de maandelijkse inleg die alle deelnemers zelf kiezen, zijn er nog andere kosten verbonden aan het opzetten en draaiend houden van een Broodfonds.
Bij aanvang van de Broodfondsgroep betalen alle deelnemers eenmalig € 350,00 administratiekosten. Hiermee wordt het opzetten van de groep bekostigd (o.a. begeleiding door de BroodfondsMakers, opzetten van de vereniging, aanmelden bij de KvK, vastleggen van de gemaakte afspraken).
Daarnaast betalen de deelnemers elke maand € 10 administratiekosten (‘contributie’), aan de vereniging. Hiermee wordt het werk van de financieel administrateur bekostigd. Deze externe persoon verricht namens de vereniging onder meer de volgende taken: openen van bankrekeningen voor alle deelnemers, controleren of iedereen betaalt, schenkingen doen aan zieke deelnemers en opstellen van een financieel jaarverslag.
Het geld op de Broodfondsrekening blijft van de deelnemer zelf (wat er over is na eventuele schenkingen). Het tegoed op de eigen Broodfondsrekening kent een maximum. Als er geen zieken zijn, is na 36 maanden de maximale inleg bereikt. Het gespaarde geld is eigen vermogen en valt dus in Box 3. De eenmalige kosten en de maandelijkse administratiekosten kunnen als bedrijfskosten worden opgevoerd.
Verschil met klassieke AOV
Bij het Broodfonds zijn de leden samen verantwoordelijk voor het beleid, terwijl bij een klassieke AOV alle regels, beperkingen én de hoogte van de premie worden opgelegd. Verder hebben de verzekerden geen invloed op of inzicht in hoe hun geld wordt belegd en zien ze niets terug van hun ingelegde premie als ze niet ziek worden.
De belangrijkste voordelen van het Broodfonds ten opzichte van reguliere verzekeraars die AOV’s aanbieden:
- op basis van vertrouwen
- kleinschalig
- transparant
- lagere kosten
- geen hogere premies bij ziekteverleden, hogere leeftijd of risicovol beroep
- controle en zeggenschap over eigen ingebrachte geld
- ingelegde geld minus schenkingen blijft van jezelf
- makkelijk in- en uitstappen (twee vaste momenten per jaar; opzegtermijn is twee maanden).
Nog een opmerking ten aanzien van het laatste punt: deelnemers die vanwege ziekte schenkingen ontvangen, zijn verplicht minimaal twee jaar lid te blijven van het fonds. Het is niet de bedoeling dat ze alleen de vruchten plukken en dan vertrekken. Tijdens ziekte lopen de eigen maandbijdragen van de deelnemer dan ook gewoon door.
Indien gewenst kunnen de deelnemers natuurlijk nog een AOV afsluiten die pas na twee jaar ziekte uitkeert, als extra voorziening voor arbeidsongeschiktheid. Dan is de premie in ieder geval een stuk lager dan bij een AOV die al na een of twee maanden ziekte uitkeert.
Eerste NGTV-Broodfonds?
Van de aanwezige kringleden waren er al twaalf geïnteresseerd in deelname aan een Broodfondsgroep. Dat biedt perspectief! Met nog minimaal acht zelfstandig ondernemers erbij, bijvoorbeeld andere NGTV-leden, partners, kennissen of vrienden, kunnen we wellicht ons eigen Broodfonds starten!
Als we voldoende geïnteresseerden hebben verzameld, vindt er een tweede bijeenkomst plaats waarin de BroodfondsMakers nogmaals alle relevante informatie zullen verstrekken en vragen zullen beantwoorden. Daarna wordt een vervolgbijeenkomst gepland om te discussiëren over de regels die de Broodfondsgroep wil gaan hanteren. Als daar in grote lijnen overeenstemming over wordt bereikt en er nog steeds ten minste 20 potentiële deelnemers zijn, kan het Broodfonds daadwerkelijk worden opgestart. Het opzetten van een groep (o.a. oprichten vereniging, opstellen contracten, openen bankrekeningen) duurt ongeveer twee maanden.
Meer informatie is te vinden op www.broodfonds.nl
Belangstellenden kunnen contact opnemen met de coördinatoren van de kring Midden- en Oost-Brabant, Ine Janssen (ine.janssen@entre2langues.nl) of Veerle Fijnaut (fijnaut@caillouxcommunication.nl).

