Moedertaalprincipe
Wat is het moedertaalprincipe?
Het moedertaalprincipe houdt in dat een Engelstalige vertaler in het Engels vertaalt, een Duitstalige in het Duits, een Franstalige in het Frans… en een Nederlandstalige in het Nederlands. Met andere woorden, de moedertaal van de vertaler is ook de taal waarin hij vertaalt (de doeltaal).
Voor wie geldt het?
Het moedertaalprincipe geldt voor alle vertalers en voor conferentietolken (die hetzij simultaan, hetzij consecutief tolken). Gesprekstolken (in internationale kringen ook wel “verbindingstolken” genoemd) worden uiteraard geacht in beide richtingen te vertalen; een gesprek voeren met behulp van twee tolken is onpraktisch en meestal economisch onhaalbaar.
Waarom moet het?
Op 22 november 1976 kondigde de UNESCO de “Aanbeveling van Nairobi” (Engels, Frans) af, die regels bevat om de wettelijke bescherming van vertalers te verwezenlijken. (Onder vertalers wordt overigens verstaan zij die hetzij schriftelijk, hetzij mondeling vertalen, dus ook tolken.) De Aanbeveling beoogt daarnaast de kwaliteit van vertalingen te verbeteren, o.m. door te stellen dat “vertalers, voor zover mogelijk, dienen te vertalen in hun moedertaal dan wel in een taal die zij beheersen als was het hun moedertaal”. Inmiddels is het moedertaalprincipe internationaal algemeen aanvaard.
Ook al mag het verwerven van moedertaalkennis in een vreemde taal voor velen een nastrevenswaardig doel zijn, in de dagelijkse praktijk van het vertalen legt het werken in een ‘aangeleerde’ taal zelfs de meest begaafde vertalers te veel beperkingen op en doet het de prestatie van de gemiddelde vertaler vaak dalen beneden een aanvaardbaar niveau. Daarnaast is het zo dat vertalen in een vreemde taal normaal gesproken (veel) meer tijd vergt, wat economisch meestal niet verantwoord is, noch voor de vertaler zelf noch voor de opdrachtgever.
Moet het ook altijd?
In de Nederlandse praktijk, waar relatief meer wordt vertaald naar de vreemde talen dan naar het Nederlands, blijft (te) vaak nog het toepassen van het moedertaalprincipe een streven. Er zijn gewoonweg niet genoeg kwalitatief goede vertalers onder de ‘native speakers’ om aan de vraag te voldoen. Overigens is het hebben van een vreemde taal als moedertaal uiteraard niet voldoende om goede vertalingen te kunnen maken. Een gedegen opleiding als vertaler of tolk én een uitstekende (near native) passieve kennis van het Nederlands blijfven essentiële vereisten.
In de praktijk geldt het moedertaalprincipe altijd voor vertalingen die gepubliceerd moeten worden (boeken, folders, reclame-uitingen e.d.). Voor andere vertalingen (werkdocumenten, stukken die bestemd zijn voor een beperkt goed afgebakend doelgroep e.d.) kan gebruikt worden gemaakt van een vertaler die niet naar zijn moedertaal vertaalt. Voorwaarde is dan wel dat de vertaling, voor zover mogelijk, gereviseerd wordt (zie Revisie) door een native speaker-vertaler die tevens een heel goede kennis van de brontaal én van het onderwerp heeft.

