Doel van de wet
De Wet beëdigde tolken en vertalers (Wbtv) stelt regels omtrent de kwaliteit en integriteit van beëdigde tolken en vertalers en voorziet in een afnameplicht voor een aantal overheidsdiensten. Verder is kwaliteitsborging een belangrijk doel van de Wbtv.
Er is een register van beëdigde tolken en vertalers (Rbtv). Om in het register te kunnen worden ingeschreven, moet een tolk of vertaler kunnen aantonen, over de volgende competenties te beschikken: attitude, integriteit, taalvaardigheid, kennis van de cultuur en tolk- en/of vertaalvaardigheid.
De competentie attitude heeft betrekking op de integriteit. Deze competentie is nader uitgewerkt in de Gedragscode voor tolken en vertalers in het kader van de Wbtv, die door de Raad voor Rechtsbijstand bij besluit van 22 september 2009 (PDF) is vastgesteld. Bij inschrijving verklaart een tolk of vertaler dan ook dat hij of zij zich zal houden aan de gedragscode. Een andere eis voor inschrijving die te maken heeft met integriteit is het overleggen van een verklaring omtrent het gedrag (VOG).
De andere competenties hebben betrekking op de kwaliteit. Hoe kan men nu aantonen over de wettelijke competenties te beschikken?
In de wet en in de daarvan afgeleide regelgeving is dit als volgt geregeld. Wie in het Rbtv wil worden ingeschreven, moet een diploma hebben behaald aan een instelling voor hoger onderwijs op het gebied van tolken en vertalen op minimaal bachelorniveau. Wie niet over een dergelijk diploma beschikt, moet een toets afleggen om te kunnen worden ingeschreven. Is er voor de desbetreffende vertaalrichting of talencombinatie geen toets beschikbaar, dan kan de Raad voor Rechtsbijstand in uitzonderlijke gevallen een verzoek om inschrijving voorleggen aan de Commissie btv.
De competenties, de verklaring omtrent het gedrag en de gedragscode bieden waarborgen voor kwaliteit en integriteit bij inschrijving in het register, maar hoe is de kwaliteitsborging in de wet geregeld?
Welnu, in de eerste plaats geldt de inschrijving in het register voor vijf jaar. Om voor herinschrijving in aanmerking te komen, moet de beëdigde tolk of vertaler opnieuw een verklaring omtrent het gedrag inleveren en aantonen dat hij of zij in de afgelopen vijf jaar ten minste tien opdrachten als tolk of vertaler heeft verricht en zijn of haar deskundigheid op peil heeft gehouden door middel van permanente educatie. Bovendien is er een klachtenregeling, met de naleving van de gedragscode als referentiekader. In het uiterste geval kan een klacht tegen een beëdigde tolk of vertaler leiden tot doorhaling of tijdelijke doorhaling in het register.

